Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:629

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 april 2018
Publicatiedatum
19 april 2018
Zaaknummer
17/05345
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen vermakelijkheidsretributie

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen naheffingsaanslagen vermakelijkheidsretributie opgelegd over de jaren 2011 en 2012. Na een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Vervolgens werd door belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens heeft de Hoge Raad het verweerschrift van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam niet in aanmerking genomen omdat het na de termijn was ingediend.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het cassatieberoep ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in stand.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

20 april 2018
Nr. 17/05345
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 3 oktober 2017, nrs. 16/00589 en 16/00590, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nrs. AMS 15/562 en 15/563) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2011 en 2012 opgelegde naheffingsaanslagen vermakelijkheidsretributie.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft een verweerschrift ingediend. Nu dit geschrift bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2018.