ECLI:NL:HR:2018:685

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 mei 2018
Publicatiedatum
3 mei 2018
Zaaknummer
17/03285
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopig deskundigenbericht wegens gebrek aan voldoende belang

In deze zaak heeft verzoeker bij de Hoge Raad cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam. Het geschil betreft een verzoek tot het verkrijgen van een voorlopig deskundigenbericht hangende het hoger beroep. De rechtbank had in eerste aanleg de voorvragen ontkennend beantwoord. Hierdoor acht de Hoge Raad het belang van het verzoek onvoldoende, mede omdat het onduidelijk is of het hof in hoger beroep tot een ander oordeel zal komen.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en de beschikking van het gerechtshof Amsterdam, die integraal onderdeel uitmaken van het geding. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep verworpen moet worden, waarop de advocaat van verzoeker heeft gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en verzoeker wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht wordt afgewezen wegens gebrek aan voldoende belang en het cassatieberoep wordt verworpen.

Uitspraak

4 mei 2018
Eerste Kamer
17/03285
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma,
t e g e n
CAPGEMINI NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M. Ynzonides.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Capgemini.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/565797/HA ZA 14-542 van de rechtbank Amsterdam van 20 augustus 2014 en 29 juni 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.199.391/01 van het gerechtshof Amsterdam van 25 april 2017.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Capgemini heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-GeneraalM.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 23 maart 2018 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Capgemini begroot op € 851,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
4 mei 2018.