ECLI:NL:HR:2018:700

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 mei 2018
Publicatiedatum
15 mei 2018
Zaaknummer
16/01372
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 138ab SrArt. 311 SrArt. 326 SrArt. 55 Sr
Verwijzingen
9 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij medeplegen phishingfraude

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag betreffende medeplegen van phishingfraude, diefstallen en (pogingen tot) oplichtingen waarbij klanten van een bank telefonisch en per e-mail werden benaderd om inloggegevens af te geven.

Hoewel de middelen van cassatie niet tot vernietiging van het arrest konden leiden, constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met 227 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend wat betreft de strafduur en bevestigde het arrest voor het overige. De strafvermindering weerspiegelt het belang van een tijdige rechtsgang en de bescherming van het recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn.

Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd met 227 dagen wegens overschrijding redelijke termijn, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

15 mei 2018
Strafkamer
nr. S 16/01372
SK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 februari 2016, nummer 22/002387-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan wegens de in cassatie geconstateerde schending van het in artikel 6, eerste lid, EVRM gegarandeerde recht op behandeling van een zaak binnen een redelijke termijn, en verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan 2 jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van227 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

4.Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 224 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 mei 2018.