ECLI:NL:HR:2018:724

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 mei 2018
Publicatiedatum
17 mei 2018
Zaaknummer
17/01573
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling wetenschap van benadeling bij vernietiging pauliana in faillissementsrecht

Paro Transport B.V. heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag inzake de vernietiging van een rechtshandeling op grond van de pauliana in het faillissementsrecht. De curator in het faillissement van een andere vennootschap was verweerder in cassatie. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en het arrest van het hof voor het geding in feitelijke instanties.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van Paro heeft gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Paro in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Paro Transport B.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

18 mei 2018
Eerste Kamer
17/01573
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
PARO TRANSPORT B.V., voorheen [D] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
t e g e n
Mr. Milko SPAA, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,
kantoorhoudende te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. B.I. Kraaipoel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Paro en de curator.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/472390/HA ZA 14-981 van de rechtbank Den Haag van 5 november 2014 en 7 oktober 2015;
b. het arrest in de zaak 200.183.959/01 van het gerechtshof Den Haag van 29 november 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Paro beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Paro heeft bij brief van 5 april 2018 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Paro in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.023,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
18 mei 2018.