ECLI:NL:HR:2018:827

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juni 2018
Publicatiedatum
5 juni 2018
Zaaknummer
17/02571
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13.1 Flora- en faunawetArt. 81.1 Flora- en faunawetArt. 10 Gezondheids- en welzijnswet voor dierenArt. 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dierenArt. 101a Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Verwijzingen
7 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak illegale handel uitheemse diersoorten en valsheid in geschrift

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over illegale handel in uitheemse katachtigen en vogels. Verdachte werd onder meer verweten geen deugdelijke administratie te hebben bijgehouden en niet alle documentatie te bewaren zoals wettelijk verplicht.

Het cassatieberoep richtte zich op diverse middelen, waaronder de vraag naar de strafrechtsmacht van Nederland, de rol van verdachte als tussenpersoon, de toepasselijkheid van vrijstellingsregelingen voor intercommunautair verkeer, en de uitleg van bepalingen uit de Flora- en faunawet en de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 5 juni 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

5 juni 2018
Strafkamer
nr. S 17/02571 E
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Economische Kamer, van 18 januari 2017, nummer 21/003541-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. Wouters, advocaat te Middelburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 juni 2018.