Uitspraak
gevestigd te Terneuzen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 juni 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond een geschil centraal over de declaratie van een Belgisch advocatenkantoor, waarbij Belgisch recht van toepassing was. HRC, gevestigd te Terneuzen, stelde cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 februari 2017. De verweerster, gevestigd in België, was niet verschenen en verstek was verleend.
De Hoge Raad verwees naar het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het arrest van het gerechtshof voor het geding in feitelijke instanties. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van HRC en veroordeelt HRC in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van de verweerster nihil werden begroot. Het arrest werd gewezen door de raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2018.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van HRC en bevestigt het arrest van het gerechtshof.