Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 november 2017, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. De zaak betrof een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
De Hoge Raad beoordeelde het ingediende cassatiemiddel, maar oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag ook geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard. Het arrest werd op 8 juni 2018 in het openbaar uitgesproken door raadsheer J. Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Th. Groeneveld en P.A.G.M. Cools.