ECLI:NL:HR:2018:891

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2018
Publicatiedatum
8 juni 2018
Zaaknummer
16/06128
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in mishandelingszaak ondanks klachten over bewijsvoering

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 november 2016 in een mishandelingszaak. De verdachte klaagde dat uit het bewijs niet kon worden afgeleid dat het slachtoffer pijn had ondervonden en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het gebruik had gemaakt van de verklaring van een (beperkt) anoniem gebleven getuige.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, op 12 juni 2018. De conclusie van de plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens was eveneens tot verwerping van het beroep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

12 juni 2018
Strafkamer
nr. S 16/06128
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 november 2016, nummer 22/001003-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 juni 2018.