Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 11 juli 2017, nr. 16/00699, betreffende het door belanghebbende gedane verzoek om een veroordeling in de proceskosten.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juli 2017 beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Het verzoek betrof een veroordeling in de proceskosten.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is op 26 januari 2018 in het openbaar gewezen door de raadsheren J. Wortel (voorzitter), Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en geen kans op cassatie.