ECLI:NL:HR:2018:924

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2018
Publicatiedatum
14 juni 2018
Zaaknummer
17/04452
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in omzetbelastingzaak fiscale eenheid

De fiscale eenheid bestaande uit [X1] B.V., [X2] B.V. en anderen (hierna: belanghebbende) stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 augustus 2017. Dit arrest betrof een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan omzetbelasting over het tijdvak van 1 januari 2014 tot en met 31 maart 2014.

Belanghebbende stelde meerdere middelen in cassatie voor, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af, omdat geen gronden daarvoor aanwezig waren. Het arrest werd gewezen door raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

15 juni 2018
nr. 17/04452
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de fiscale eenheid [X1] B.V., [X2] B.V., c.s.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 8 augustus 2017, nr. 16/01148, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. ARN 15/6266) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2014 tot en met 31 maart 2014.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.