In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 5 september 2017, betreffende besluiten van het Drechtstedenbestuur op grond van de Wet werk en bijstand (WWB).
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk is. Hierbij is overwogen dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het beroep instelde onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2018.