ECLI:NL:HR:2018:962

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 juni 2018
Publicatiedatum
20 juni 2018
Zaaknummer
18/00745
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en boetebeschikkingen

Belanghebbende uit België stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 januari 2018. Dit arrest betrof het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland over aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, boetebeschikkingen, heffingsrente en belastingrente voor de jaren 2010 tot en met 2013, alsmede aanslagen en heffingsrente in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor 2010 en 2011.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en een conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling concludeert de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad acht geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het beroep in cassatie wordt derhalve ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools, en is op 22 juni 2018 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

22 juni 2018
nr. 18/00745
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 3 januari 2018, nrs. 16/00296 tot en met 16/00300, 16/01075 en 16/01076, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 15/3109 tot en met 15/3112 en 15/3637) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2010 tot en met 2013 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente, alsmede de voor de jaren 2010 en 2011 opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2018.