ECLI:NL:HR:2018:968

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 juni 2018
Publicatiedatum
20 juni 2018
Zaaknummer
18/00976
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbWet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende, een BV, had beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen onroerendezaakbelastingen van de gemeente Utrecht voor 2016.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is echter niet voldaan. Na een herinneringsbrief en een reactie van de gemachtigde van belanghebbende, oordeelt de Hoge Raad dat geen gegronde reden bestaat om het verzuim te vergoelijken.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken op 22 juni 2018 door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

22 juni 2018
nr. 18/00976
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] BVte
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 30 januari 2018, nrs. 17/00250 tot en met 17/00259, betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Utrecht voor het jaar 2016 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1A t/m 1K] te [Q].

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 12 april 2018, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald van de afhaallocatie, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 17 mei 2018 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen de gemachtigde van belanghebbende in zijn brief van 25 mei 2018 heeft aangevoerd ter zake van de bezorging van de aan hem geadresseerde aangetekende herinneringsbrief, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2018.