ECLI:NL:HR:2018:97

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 januari 2018
Publicatiedatum
25 januari 2018
Zaaknummer
17/04997
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 lid 2 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn

Belanghebbende, woonachtig in Spanje, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag. Het beroepschrift werd echter niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na verzending van de uitspraak van het hof ingediend. De termijn eindigde op 3 maart 2017, terwijl het beroepschrift pas op 23 oktober 2017 bij de Hoge Raad binnenkwam.

De Hoge Raad heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een reden te geven voor de overschrijding van de termijn, maar de aangevoerde gronden waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk is.

Verder acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren en op 26 januari 2018 openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

26 januari 2018
Nr. 17/04997
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Spanje (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 20 januari 2017, nr. BK-16/00126, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hof van 3 augustus 2016.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft niet gekozen voor een domicilieadres in Nederland.
Blijkens een door de griffier van het Hof op de uitspraak van het Hof gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 20 januari 2017.
Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 23 oktober 2017 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 3 maart 2017. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 27 oktober 2017 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 10 november 2017 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2018.