In deze zaak stond centraal het door een curator aan een curandus opgelegde contactverbod met haar advocaat. De curandus, eiseres in cassatie, betwistte dit verbod. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en overweegt dat het oordeel dat contact met de advocaat uit medisch oogpunt onverantwoord is, niet tot cassatie leidt.
De opvolgend curator werd opgeroepen maar heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad volgt. De klachten van eiseres zijn onvoldoende om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad besluit het beroep te verwerpen en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken.