Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:1041

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2019
Publicatiedatum
27 juni 2019
Zaaknummer
18/00648
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt buitenlandse garantie en wijst cassatieberoep curatoren af

In deze zaak stond centraal of de buitenlandse moedervennootschap, Bank Indonesia, een garantie had afgegeven voor de nakoming van verplichtingen van haar Nederlandse dochterbank, die later failliet ging. De curatoren van het faillissement van de Nederlandse bank stelden dat deze garantie bestond en vorderden nakoming.

De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met meerdere vonnissen en werd voortgezet bij het gerechtshof Amsterdam, dat op 14 november 2017 arrest wees. De curatoren stelden beroep in cassatie in tegen dit arrest. De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en oordeelde dat de klachten van de curatoren niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde de curatoren in de kosten van het geding. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd, waarbij onder meer werd geoordeeld over het toepasselijke recht, de immuniteit van executie en de vraag of de buitenlandse centrale bank een garantie had afgegeven. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curatoren wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/00648
Datum28 juni 2019
ARREST
In de zaak van
1. Mr. Catharina Maria HARMSEN,
kantoorhoudende te Amsterdam,
2. Mr. Antonie VAN HEES,
kantoorhoudende te Amsterdam,
beiden in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van N.V.
[A],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: de curatoren,
advocaat: mr. W.H. van Hemel,
tegen
BANK INDONESIA,
gevestigd te Jakarta, Indonesië,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: BI,
advocaten: mr. J.P. Heering en mr. G.R. den Dekker.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 449889/HA ZA 10-380 van de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2010, 24 augustus 2011 en 27 augustus 2014;
b. het arrest in de zaak 200.169.606/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2017.
De curatoren hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. BI heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curatoren mede door mr. G.A.J. Boekraad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt de curatoren in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BI begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
28 juni 2019.