Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:1044

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2019
Publicatiedatum
27 juni 2019
Zaaknummer
18/01214
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering tot verwijdering publicaties onderzoeksjournalist

In deze zaak vorderden Pretium c.s. de verwijdering van publicaties van een onderzoeksjournalist, gepubliceerd in de vorm van een 'webboek' op een website. De centrale vraag was of deze vordering ook de verwijdering van specifieke passages uit het webboek omvatte, dan wel alleen de integrale verwijdering van het gehele webboek.

Het geschil werd in eerste aanleg en hoger beroep behandeld door de voorzieningenrechter en het gerechtshof in Den Haag. Het hof oordeelde dat de vordering niet strekte tot verwijdering van afzonderlijke passages, maar tot de integrale verwijdering van het webboek. Pretium c.s. stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken in de procedure en overweegt dat de klachten van Pretium c.s. geen aanleiding geven tot cassatie. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Pretium c.s. in de proceskosten. Tevens begroot de Hoge Raad de kosten aan de zijde van verweerders en legt een termijn voor betaling vast. Hiermee wordt het arrest van het hof bevestigd en blijft de vordering beperkt tot integrale verwijdering van het webboek.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Pretium c.s. wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/01214
Datum28 juni 2019
ARREST
In de zaak van
1. PRETIUM B.V.,
gevestigd te Haarlem,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Pretium c.s.,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa,
tegen
1. [verweerder],
wonende te [woonplaats],
2. REPORTERS ONLINE B.V.,
gevestigd te Haarlem,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: mr. S.M. Kingma.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/521095/KG ZA 16/1343 van de voorzieningenrechter in de
rechtbank Den Haag van 29 november 2016;
b. het arrest in de zaak 200.206.303/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 januari 2018.
Pretium c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Olsthoorn
c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien
art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Pretium c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan
de zijde van [verweerders] begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Pretium c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter,
A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
28 juni 2019.