ECLI:NL:HR:2019:1077

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juli 2019
Publicatiedatum
2 juli 2019
Zaaknummer
17/04455
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRMArt. 140 SrArt. 225.1 Sr
Verwijzingen
9 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling deelname aan criminele organisaties en medeplegen valsheid in geschrift met strafvermindering wegens termijnoverschrijding

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens deelname aan twee criminele organisaties die zich bezighielden met het vervalsen van documenten, het oplichten van zorgkantoren en zorgverzekeraars, en het witwassen van aanzienlijke bedragen via het PGB-systeem en zorg in natura. Tevens werd hij veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift.

In cassatie werden meerdere middelen aangevoerd, waaronder bewijsklachten over de deelname aan de criminele organisaties, het oogmerk van de organisatie, en de rechtmatigheid van het onderzoek op computers. De Hoge Raad oordeelde dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was.

Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden doordat het hof de stukken te laat had ingezonden. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 34 maanden naar 32 maanden. Het overige cassatieberoep werd verworpen.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het gerechtshof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en handhaafde het verder. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 2 juli 2019.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 34 naar 32 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt verder verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/04455
Datum2 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 september 2017, nummer 22/005606-14, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch alleen wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel, het tweede middel, het derde middel, het vierde middel en het vijfde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het zesde middel

3.1
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 34 maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 32 maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 juli 2019.