ECLI:NL:HR:2019:1108
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting box 3 jaar 2015
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende de belastingaanslag in box 3 over het jaar 2015. De zaak betreft de heffing van vermogensrendementsbelasting en de vraag of de aanslag rechtmatig is opgelegd.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld aan de hand van de arresten van 12 juni 2019 (ECLI:NL:HR:2019:816 en ECLI:NL:HR:2019:817), waarin belangrijke rechtsvragen over de box 3-heffing zijn behandeld. Gezien deze arresten en artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie oordeelt de Hoge Raad dat nadere motivering niet nodig is omdat de middelen geen nieuwe rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof in stand en wordt de belastingaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de belastingaanslag bevestigd.