Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
9 juli 2019.
Hoge Raad
In deze economische strafzaak stond de vraag centraal of het niet voldoen aan de publicatieplicht van de jaarrekening door een rechtspersoon strafbaar is gesteld en of dit in strijd is met het Handvest van de Grondrechten van de EU en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De verdachte, een rechtspersoon gevestigd te Genemuiden, had nagelaten de jaarrekening te publiceren. De weigering was ingegeven door de wens om personen binnen een kleine gemeenschap geen inzicht te geven in de financiële gegevens van de B.V. en de betrokken natuurlijke personen.
De Hoge Raad overwoog dat noch artikel 7 en Pro 16 van het Handvest, noch artikel 8 EVRM Pro aan de kwalificatie van het niet publiceren van de jaarrekening als strafbaar feit in de weg staan. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand bleef.
De uitspraak bevestigt dat het niet voldoen aan de publicatieplicht van de jaarrekening door een rechtspersoon strafbaar is en dat de bescherming van privacy en andere grondrechten in deze context niet leidt tot het niet-toepassen van de strafbepaling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor het niet publiceren van de jaarrekening blijft in stand.