Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
[verbalisant 1]
3.Beslissing
9 juli 2019.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 9 juli 2019 het arrest van het Gerechtshof Amsterdam vernietigd en de zaak terugverwezen wegens onvoldoende bewijs dat de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 24 februari 2015 een motorrijtuig bestuurde terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en hij geen ander rijbewijs had.
De bewezenverklaring berustte op een proces-verbaal, een aanvullend proces-verbaal en een besluit van het CBR tot ongeldigverklaring van het rijbewijs, inclusief een opgelegd alcoholslotprogramma. Het hof concludeerde dat de registratie in de politiesystemen de ongeldigverklaring weergaf.
De Hoge Raad benadrukte dat voor bewezenverklaring moet blijken dat het besluit tot ongeldigverklaring aan de verdachte bekend is gemaakt en dat het van kracht was, dat geen ander rijbewijs is afgegeven en dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest weten van de ongeldigverklaring. Uit de bewijsvoering kon dit niet zonder meer worden afgeleid, ook niet uit de verklaring van de verdachte dat hij 'daar fout in zat'. Daarom is het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof Amsterdam is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende bewijs dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.