ECLI:NL:HR:2019:1152

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
9 juli 2019
Zaaknummer
17/05470
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42 SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in mishandelingszaak politieagent

In deze zaak stond een politieagent terecht die tijdens een aanhouding een man bij zijn keel had gepakt en meerdere keren hard met een vuist in het gezicht had gestompt, wat resulteerde in zwaar lichamelijk letsel zoals een gebroken neus en een afgebroken tand.

De verdachte voerde in cassatie aan dat het letsel niet het gevolg was van de bewezenverklaarde gedragingen en dat het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel kon worden aangemerkt. Tevens beriep hij zich op artikel 42 van Pro het Wetboek van Strafrecht, stellende dat hij niet strafbaar was omdat hij handelde ter uitvoering van een wettelijk voorschrift.

De Hoge Raad verwierp deze middelen en het beroep op artikel 42 Sr Pro, oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de politieagent is verworpen, de veroordeling voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/05470
Datum9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 7 november 2017, nummer 21/000865-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2019.