ECLI:NL:HR:2019:1163

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
9 juli 2019
Zaaknummer
18/00811
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op psychische overmacht bij medeplegen hennepkwekerij

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een hennepkwekerij. De verdachte werd medepleger geacht van de hennepkwekerijactiviteiten. Zij voerde in cassatie aan dat zij daartoe was gedwongen door haar echtgenoot en beriep zich op psychische overmacht.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden. Er was geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De verwerping van het beroep op psychische overmacht werd bevestigd omdat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat zij redelijkerwijs geen weerstand kon bieden aan de dwang van haar medeverdachte.

Het arrest van het hof werd bekrachtigd, waarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte als medepleger van de hennepkwekerij werd bevestigd. De Hoge Raad benadrukte het belang van een zorgvuldige bewijsvoering en de toepassing van art. 81 RO Pro in cassatieprocedures.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van hennepkwekerij blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/00811
Datum9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 12 oktober 2017, nummer 21/003655-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.O.A.N. de Vries, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2019.