ECLI:NL:HR:2019:1164

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
9 juli 2019
Zaaknummer
18/00680
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 315 SvArt. 328 SvArt. 415 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens niet-ontvankelijkheid voorwaardelijk getuigenverzoek

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak tegen de verdachte geboren in 1993. Het beroep is ingesteld door de verdachte en behandeld door de Hoge Raad op 9 juli 2019.

De kern van het geschil betreft een voorwaardelijk getuigenverzoek waarop het hof niet uitdrukkelijk heeft beslist. Volgens de Hoge Raad is de aan het verzoek gestelde voorwaarde niet vervuld, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek niet noodzakelijk is. Hierdoor kan het middel dat het cassatieberoep ondersteunt niet tot cassatie leiden.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel geen aanleiding geeft tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, en verwerpt het beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de voorwaarde van het voorwaardelijk getuigenverzoek niet is vervuld en geen uitdrukkelijke beslissing vereist is.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/00680
Datum9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 november 2017, nummer 21/006631-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2019.