Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
kantoorhoudende te Bussum,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
12 juli 2019.
Hoge Raad
De vrouw heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende de vervangende toestemming tot erkenning van een kind. De zaak betreft een geschil in het personen- en familierecht, waarbij onder meer de toepassing van art. 1:204 lid 3 BW Pro en de procesrechtelijke vraag rond hoor en wederhoor aan de orde waren.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Daarom wordt het beroep verworpen en wordt de beschikking van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof bevestigd.