ECLI:NL:HR:2019:1166

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2019
Publicatiedatum
11 juli 2019
Zaaknummer
18/04321
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:204 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake vervangende toestemming erkenning kind

De vrouw heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende de vervangende toestemming tot erkenning van een kind. De zaak betreft een geschil in het personen- en familierecht, waarbij onder meer de toepassing van art. 1:204 lid 3 BW Pro en de procesrechtelijke vraag rond hoor en wederhoor aan de orde waren.

De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Daarom wordt het beroep verworpen en wordt de beschikking van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/04321
Datum12 juli 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
niet verschenen,
en
Kristel L. OLTHOF, in haar hoedanigheid van bijzonder curator over de minderjarige
[het kind] ,
kantoorhoudende te Bussum,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
hierna: de bijzonder curator,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikkingen in de zaken 392366, 392372 en 392373 van de rechtbank Midden-Nederland van 10 december 2015 en 16 mei 2017;
de beschikking in de zaak 200.222.645 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2018.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. De man en de bijzonder curator hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
12 juli 2019.