Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:1168

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2019
Publicatiedatum
11 juli 2019
Zaaknummer
18/01357
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in geschil over samenwerkingsovereenkomst en onrechtmatige daad

In deze zaak stond centraal of de leden van een vereniging partij waren bij een samenwerkingsovereenkomst tussen een holding en een projectvennootschap, en of deze partijen onrechtmatig hadden gehandeld door de overeenkomst niet na te komen. De zaak betrof meerdere eisers, waaronder vennootschappen onder firma en een maatschap, tegenover Raedthuys c.s., bestaande uit een holding en een vereniging.

De procedure omvatte eerdere vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant en een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. In cassatie werd het beroep van de eisers verworpen omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling dienden. Het voorwaardelijk incidentele beroep van Raedthuys c.s. werd daardoor niet behandeld.

De Hoge Raad veroordeelde de eisers tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Raedthuys c.s. Het arrest bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en laat de uitleg van de samenwerkingsovereenkomst en de beoordeling van onrechtmatig handelen ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eisers worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/01357
Datum12 juli 2019
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
2. [eiser 2] ,
3. De vennootschap onder firma [eiseres 3] ,
4. De vennootschap onder firma [eiseres 4] ,
5. De vennootschap onder firma [eiseres 5] V.O.F.,
6. [eiser 6] ,
7. De vennootschap onder firma [eiseres 7] ,
8. De vennootschap onder firma [eiseres 8]
,
9. De maatschap [eiseres 9] ,
10. [eiser 10] ,
11. De besloten vennootschap [eiseres 11] B.V.,
allen wonende of gevestigd te [plaats] ,
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna gezamenlijk : [eisers] ,
advocaten: mr. N.E. Groeneveld-Tijssens en mr. A.C. van Schaick,
tegen
1. De besloten vennootschap RAEDTHUYS BIO-ENERGIE HOLDING B.V.,
gevestigd te Enschede,
2. [de Vereniging] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Raedthuys c.s.,
advocaat: mr. J. van der Beek.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/294304/HA ZA 15-399 van de rechtbank Oost-Brabant 21 oktober 2015 en 4 mei 2016;
b. het arrest in de zaak 200.196.654/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 januari 2018.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Raedthuys c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Raedthuys c.s. begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
12 juli 2019.