Uitspraak
gevestigd te Enschede,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
12 juli 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de leden van een vereniging partij waren bij een samenwerkingsovereenkomst tussen een holding en een projectvennootschap, en of deze partijen onrechtmatig hadden gehandeld door de overeenkomst niet na te komen. De zaak betrof meerdere eisers, waaronder vennootschappen onder firma en een maatschap, tegenover Raedthuys c.s., bestaande uit een holding en een vereniging.
De procedure omvatte eerdere vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant en een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. In cassatie werd het beroep van de eisers verworpen omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling dienden. Het voorwaardelijk incidentele beroep van Raedthuys c.s. werd daardoor niet behandeld.
De Hoge Raad veroordeelde de eisers tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Raedthuys c.s. Het arrest bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en laat de uitleg van de samenwerkingsovereenkomst en de beoordeling van onrechtmatig handelen ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eisers worden veroordeeld in de proceskosten.