ECLI:NL:HR:2019:1169

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2019
Publicatiedatum
11 juli 2019
Zaaknummer
18/02230
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake uitleg samenlevingsovereenkomst en onderhoudsplicht

In deze zaak staat een geschil centraal tussen een vrouw en de erfgenamen van haar overleden partner over de uitleg van een samenlevingsovereenkomst en de daaruit voortvloeiende onderhoudsplicht.

De procedure begon bij de rechtbank Limburg met vonnissen in 2014 en 2015, waarna het gerechtshof ’s-Hertogenbosch in 2017 en 2018 arresten heeft gewezen. Tegen deze arresten hebben de eisers cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering en oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het cassatieberoep verworpen.

De Hoge Raad veroordeelt de eisers tevens in de kosten van het cassatiegeding, vastgesteld op een totaal van € 2.600,34. Het arrest is gewezen door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/02230
Datum12 juli 2019
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats], Groot-Brittannië,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/04/127284/HA ZA 14-10 van de rechtbank Limburg van 19 maart 2014 en 22 april 2015;
de arresten in de zaak 200.173.887/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 2 mei 2017 en 20 februari 2018.
[eisers] hebben tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat en mede door mr. J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
12 juli 2019.