ECLI:NL:HR:2019:1179
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting box 3 over 2015
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 4 september 2018, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2015 had behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Hierbij verwees de Hoge Raad naar haar arresten van 12 juni 2019 (ECLI:NL:HR:2019:816 en ECLI:NL:HR:2019:817) die de rechtsvragen omtrent de belasting van vermogensrendement in box 3 behandelen.
De Hoge Raad vond geen aanleiding om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat de klachten niet relevant zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.