ECLI:NL:HR:2019:1214
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken volmacht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag betreffende aanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De Hoge Raad verzocht de indiener van het beroepschrift om binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat hij bevoegd was het beroep in cassatie in te dienen, dan wel een verklaring van belanghebbende dat hij daarmee instemde.
De brief met dit verzoek werd aangetekend verzonden en volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven postadres. De indiener heeft echter geen machtiging of verklaring overgelegd. Hierdoor gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie in te stellen.
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bewijs van volmacht.