ECLI:NL:HR:2019:1215
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep in cassatie tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam.
Het beroepschrift voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat het de gronden van het beroep niet bevatte. De Hoge Raad heeft belanghebbende via aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen, maar belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard overeenkomstig artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Het arrest is op 12 juli 2019 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.