ECLI:NL:HR:2019:1251
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting 2010-2013
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2010 tot en met 2013, inclusief boetebeschikkingen en heffingsrente. Tegen deze aanslagen was bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de Rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank wees het beroep af, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof bevestigde het oordeel van de rechtbank.
Vervolgens richtte belanghebbende zich tot de Hoge Raad met een beroep in cassatie tegen de uitspraak van het hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de klacht niet leidt tot cassatie, aangezien er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand en zijn de naheffingsaanslagen, boetes en heffingsrente definitief bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen omzetbelasting blijven in stand.