ECLI:NL:HR:2019:1252
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het beroepschrift voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief de gelegenheid geboden dit verzuim binnen zes weken te herstellen.
Deze brief is afgeleverd, maar belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet herstellen binnen de gestelde termijn.