ECLI:NL:HR:2019:1262
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak 2013
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2013. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep en concludeerde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit was omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad baseerde zijn oordeel op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019 door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Deze uitspraak betekent dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk werd verklaard, waardoor de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft. De zaak betreft een belastingrechtelijk geschil over de aanslag inkomstenbelasting 2013.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.