ECLI:NL:HR:2019:1271
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang
In deze zaak heeft de belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch betreffende een verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en concludeert dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep in cassatie of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad past artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie toe, dat bepaalt dat een beroep in cassatie niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het belang ontbreekt of de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Na overleg met de Procureur-Generaal besluit de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
Verder ziet de Hoge Raad geen aanleiding om de proceskosten aan de belanghebbende op te leggen. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of onvoldoende gronden.