Uitspraak
verblijvende te [verblijfplaats] ,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
19 juli 2019.
Hoge Raad
Betrokkene verbleef in de forensisch-psychiatrische kliniek De Woenselse Poort en beschikte over een tuinpas die hem vrij toegang gaf tot de binnentuin. Na vermoedens van drugshandel via bezoek werd deze tuinpas ingetrokken, wat volgens het ziekenhuis een beperking van bewegingsvrijheid inhield. Betrokkene diende een klacht in op grond van artikel 41 Wet Pro Bopz, die door de klachtencommissie en rechtbank werd afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de mondeling meegedeelde beperking van de toegang tot de binnentuin als huisregel kon worden aangemerkt, hoewel deze niet schriftelijk was vastgelegd. De Hoge Raad stelde echter dat huisregels schriftelijk moeten zijn vastgelegd om rechtszekerheid te waarborgen en dat een mondelinge mededeling niet volstaat.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. De intrekking van de tuinpas moet worden aangemerkt als een individuele beperking van het recht op bewegingsvrijheid volgens artikel 40 lid 3 Wet Pro Bopz, en kan niet worden gelijkgesteld aan een huisregel zonder schriftelijke vastlegging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling omdat de intrekking van de tuinpas een individuele beperking van bewegingsvrijheid is die niet kan worden gelijkgesteld aan een niet schriftelijk vastgelegde huisregel.