ECLI:NL:HR:2019:1289

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2019
Publicatiedatum
27 augustus 2019
Zaaknummer
19/00653
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie wegens niet-indienen middelen in jeugdzaak poging tot doodslag

De zaak betreft een jeugdige verdachte die wordt verdacht van poging tot doodslag door met zeer hoge snelheid met een auto op een politieagent in te rijden, zoals omschreven in art. 287 Sr Pro.

De verdachte heeft tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Echter heeft de raadsman van de verdachte geen middelen van cassatie binnen de wettelijk gestelde termijn ingediend, zoals vereist volgens art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

De uitspraak is gedaan door raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend op 27 augustus 2019, waarbij tevens de waarnemend griffier E. Schnetz aanwezig was. De uitspraak werd ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Uitkomst: Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatieberoep wegens niet-indienen middelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/00653
Datum27 augustus 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 1 augustus 2018, nummer 21/004043-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 augustus 2019.