ECLI:NL:HR:2019:129

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2019
Publicatiedatum
29 januari 2019
Zaaknummer
17/03387
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 273f SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in meervoudige mensenhandelzaak wegens onvoldoende gronden

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag in een strafzaak over meermalen gepleegde mensenhandel. Verdachte, geboren in 1981 te Hongarije, heeft beroep ingesteld tegen het hofarrest van 14 juni 2017. De middelen van cassatie richten zich onder meer op de bruikbaarheid van de verklaring van de aangeefster en het afwijzen van een getuigenverzoek.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad stelt vast dat de ingebrachte middelen niet leiden tot cassatie en dat er geen noodzaak is tot nadere motivering, omdat de middelen geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 29 januari 2019. Het beroep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

29 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/03387
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 juni 2017, nummer 22/005539-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedatum] 1981.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 januari 2019.