Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
29 januari 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag in een strafzaak over meermalen gepleegde mensenhandel. Verdachte, geboren in 1981 te Hongarije, heeft beroep ingesteld tegen het hofarrest van 14 juni 2017. De middelen van cassatie richten zich onder meer op de bruikbaarheid van de verklaring van de aangeefster en het afwijzen van een getuigenverzoek.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad stelt vast dat de ingebrachte middelen niet leiden tot cassatie en dat er geen noodzaak is tot nadere motivering, omdat de middelen geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 29 januari 2019. Het beroep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het hofarrest blijft in stand.