Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
30 augustus 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding en sloten kort na het huwelijk een potovereenkomst om jaarlijkse winsten te verrekenen. De vrouw vorderde verrekening van een groot bedrag, terwijl de man terugbetaling van een potovergoeding en vergoeding van investeringen in een woning vorderde.
De rechtbank wees alle vorderingen af, en het hof bevestigde dit oordeel, waarbij het onder meer oordeelde dat bij negatief inkomen geen verrekening plaatsvindt en dat de potovereenkomst slechts uitvoering gaf aan de huwelijkse voorwaarden. De man stelde in incidenteel cassatieberoep dat het hof onvoldoende rekening hield met het verschil tussen de potovereenkomst en de huwelijkse voorwaarden.
De Hoge Raad verwierp het principale beroep van de vrouw, vernietigde het arrest van het hof in het incidentele beroep en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de investeringen van de man niet ten bate van de vrouw zouden zijn gekomen en dat het oordeel over de potovereenkomst onbegrijpelijk was zonder nadere motivering.
Uitkomst: Het principale beroep wordt verworpen, het incidentele beroep gegrond verklaard, het arrest vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.