Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Musselkanaal,
2.Uitgangspunten en feiten
special products’. Op die afdeling worden handmatig (bijzondere) verpakkingen vervaardigd.
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
30 augustus 2019.
Hoge Raad
In deze zaak vordert de werknemer betaling van het verschil tussen het door de werkgever betaalde loon en het normloon zoals bepaald in de toepasselijke cao voor de Houtverwerkende Industrie. De werknemer was gedurende meerdere periodes werkzaam als productiemedewerker bij Lapack B.V. De werkgever betwistte dat de werknemer voldeed aan de functie-eisen en plaatste hem daarom in een lagere instroomschaal.
De kantonrechter wees de vordering grotendeels toe, maar het gerechtshof vernietigde dit oordeel en legde de bewijslast bij de werknemer, die onvoldoende bewijs leverde dat hij aan de functie-eisen voldeed. De Hoge Raad stelt dat volgens de algemeen verbindend verklaarde cao het normloon de hoofdregel is voor werknemers die aan de functie-eisen voldoen. De werknemer hoeft slechts te stellen dat hij in die functie werkte en dat de cao van toepassing was.
De werkgever moet vervolgens bewijzen dat een uitzondering op die hoofdregel geldt, bijvoorbeeld dat de werknemer niet aan de functie-eisen voldeed. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad Lapack in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug, met de bewijslast voor afwijkingen van het normloon bij de werkgever.