ECLI:NL:HR:2019:1305

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2019
Publicatiedatum
6 september 2019
Zaaknummer
17/03860
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRMArt. 225.1 SrArt. 420ter SrArt. 140.1 Sr
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie bij BTW-fraudezaak

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over BTW-fraude door fictieve leveringen van pannensets aan afnemers in Spanje en Italië. De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van vals opmaken van facturen en vervoersbescheiden, medeplegen van gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie.

De Hoge Raad beoordeelde meerdere middelen van cassatie, waaronder bewijs- en procesrechtelijke klachten, maar verwierp deze omdat zij geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat werden ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep volgde.

Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde taakstraf van 210 uren naar 189 uren, met een subsidiaire vervangende hechtenis van 94 dagen. Het overige cassatieberoep werd verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 10 september 2019.

Uitkomst: Vermindering van taakstraf naar 189 uren en vervangende hechtenis naar 94 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/03860
Datum10 september 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 juni 2017, nummer 21/005058-12, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf.

2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het vierde middel

3.1
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2
Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan 2 jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 210 uren, subsidiair 105 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 189 uren, subsidiair 94 dagen hechtenis, belopen;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 september 2019.