ECLI:NL:HR:2019:1318

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2019
Publicatiedatum
12 september 2019
Zaaknummer
18/03451
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57, lid 1, Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over mondelinge behandeling in bezwaar parkeerbelasting

Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting die door de heffingsambtenaar was opgelegd en gehandhaafd na bezwaar. Nadat belanghebbende beroep had ingesteld, werd de aanslag alsnog vernietigd door de heffingsambtenaar.

In hoger beroep bij het Hof was de vraag of belanghebbende recht had op een integrale vergoeding van de kosten van bezwaar en beroep. Het Hof wees partijen op de mogelijkheid tot mondelinge behandeling, waarop belanghebbende binnen de gestelde termijn verzocht om een zitting. Desondanks liet het Hof de mondelinge behandeling achterwege en deed mondeling uitspraak zonder partijen te horen.

De Hoge Raad oordeelt dat het Hof de mondelinge behandeling niet had mogen overslaan omdat belanghebbende tijdig gebruik had gemaakt van zijn recht op zitting. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelt de Hoge Raad het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.

Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van het recht op mondelinge behandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer18/03451
Datum13 september 2019
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 juli 2018, nr. 17/00365, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 17/197) betreffende een door belanghebbende gedaan verzoek om een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de klachten

2.1
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd en die aanslag na bezwaar gehandhaafd. Nadat belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar beroep had ingesteld, heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag alsnog vernietigd.
2.2.1
Voor het Hof was in geschil of belanghebbende recht heeft op een integrale vergoeding van de kosten van bezwaar en beroep.
2.2.2
Het Hof heeft partijen op grond van het bepaalde in artikel 8:57, lid 1, Awb gewezen op de mogelijkheid in hoger beroep te worden gehoord. Belanghebbende heeft bij fax van 19 mei 2018 verzocht om een behandeling ter zitting. Het Hof heeft mondeling uitspraak gedaan zonder partijen ter zitting te hebben gehoord.
2.3
Aangezien belanghebbende binnen de door het Hof gestelde termijn heeft verklaard gebruik te willen maken van zijn recht op een mondelinge behandeling, had het Hof die mondelinge behandeling niet achterwege mogen laten. De uitspraak van het Hof kan daarom niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

3.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof,
- verwijst het geding naar het Gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
- draagt het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 126, en
- veroordeelt het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.024 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2019.