ECLI:NL:HR:2019:1335

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2019
Publicatiedatum
12 september 2019
Zaaknummer
19/00736
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in proceskostenverzoek

Belanghebbende uit Leiderdorp heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende een verzoek om veroordeling in proceskosten. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het beroep en concludeert dat de klachten onvoldoende grond bieden voor behandeling in cassatie. Dit komt doordat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens ziet de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.

Het arrest is gewezen door de raadsheer Wortel als voorzitter en de raadsheren Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2019. Hiermee is het geschil definitief beslecht zonder inhoudelijke behandeling van de klachten.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/00736
Datum13 september 2019
ARREST
in de zaak van
[X] te Leiderdorp (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 4 januari 2019, nr. BK-18/00846, betreffende een door belanghebbende gedaan verzoek om een veroordeling in de proceskosten.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het beroep in cassatie heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep in cassatie dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2019.