ECLI:NL:HR:2019:1336
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak over onroerendezaakbelasting
Belanghebbende maakte beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een beschikking en aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2017 betreffende een onroerende zaak te [Z]. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit was omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het beroep of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad besloot daarom het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, na advies van de Procureur-Generaal. Tevens werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2019. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen en blijft de uitspraak van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.