ECLI:NL:HR:2019:1378
Hoge Raad
- Cassatie
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting aanslagen 2007-2009
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 7 juni 2018, dat betrekking had op vennootschapsbelastingaanslagen voor de jaren 2008 en 2009 en een herziene beschikking over 2007. Zowel belanghebbende als de Inspecteur waren in hoger beroep gegaan tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland. De Hoge Raad ontving de middelen van belanghebbende en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad zag ook geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren P.M.F. van Loon (voorzitter), L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2019. Hiermee werd het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende werd ongegrond verklaard.