ECLI:NL:HR:2019:1385
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Hoewel de brief volgens Track&Trace is afgeleverd, is het griffierecht niet voldaan.
De griffier heeft daarop belanghebbende opnieuw aangeschreven om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. De door belanghebbende aangevoerde redenen in haar brief van 8 augustus 2019 waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende in de proceskosten te veroordelen. Het arrest is op 20 september 2019 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.