ECLI:NL:HR:2019:1392

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2019
Publicatiedatum
18 september 2019
Zaaknummer
18/05139
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. De indiener van het beroep in cassatie werd door de griffier van de Hoge Raad bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen een termijn van vier weken. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres.

Ondanks deze kennisgeving werd het griffierecht niet voldaan. Vervolgens ontving de indiener een tweede aangetekende brief waarin gelegenheid werd geboden om te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was betaald. Ook op deze gelegenheid werd geen gebruik gemaakt.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 20 september 2019.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer18/05139
Datum20 september 2019
ARREST
op het door
[A]te
[Q]ingediende beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 november 2018, nrs. 17/00716 en 17/00717, betreffende een aan [X] te [Z] opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroep in cassatie (hierna: de indiener) bij aangetekende brief van 19 januari 2019 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door de indiener opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brief van 25 februari 2019 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door de indiener opgegeven adres. De indiener heeft van de hiervoor bedoelde gelegenheid geen gebruikgemaakt.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2019.