ECLI:NL:HR:2019:1398
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in motorrijtuigenbelastingzaak
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boetebeschikking over het tijdvak van 17 september 2016 tot en met 20 april 2017 werden bevestigd.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en concludeerde dat de klachten onvoldoende waren om behandeling in cassatie te rechtvaardigen. Dit was omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.