ECLI:NL:HR:2019:1406

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2019
Publicatiedatum
19 september 2019
Zaaknummer
18/04654
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht motorrijtuigenbelasting

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting voor de periode van 13 september 2015 tot en met 12 december 2015.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht is niet betaald.

Vervolgens is belanghebbende opnieuw aangeschreven met de mogelijkheid om een toelichting te geven op het niet betalen, maar hier is geen gebruik van gemaakt. Op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb Pro verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken op 20 september 2019 door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer18/04654
Datum20 september 2019
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 12 december 2017, nr. AWB 17/94, betreffende een aan belanghebbende over het tijdvak 13 september 2015 tot en met 12 december 2015 opgelegde naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 15 december 2018 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 15 januari 2019 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft van de hiervoor bedoelde gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2019.