Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beslissing
1 oktober 2019.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin een bezwaarschrift tegen de dagvaarding werd ongegrond verklaard. Het middel klaagde dat de behandeling van het bezwaarschrift en de uitspraak daarop ten onrechte in het openbaar hadden plaatsgevonden, terwijl de wet voorschrijft dat de raadkamerprocedure niet openbaar is.
De Hoge Raad onderzocht de wettelijke bepalingen, waaronder artikel 22 en Pro 24 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 262 Sv Pro, en de wetsgeschiedenis. Hieruit volgt dat de behandeling van het bezwaarschrift door de raadkamer niet openbaar plaatsvindt en dat ook de uitspraak daarop in beginsel niet openbaar wordt uitgesproken tenzij openbare behandeling is voorgeschreven.
Het proces-verbaal en de beschikking toonden echter aan dat de behandeling en uitspraak wel openbaar waren geweest. De Hoge Raad erkende dat dit onjuist was, maar oordeelde dat dit in deze zaak, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard en de strafzaak in het openbaar kan worden voortgezet, geen aanleiding geeft tot vernietiging. De verdachte had geen concreet belang bij een nieuwe, niet-openbare behandeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en benadrukte dat de openbaarheid van deze uitspraak bijdraagt aan rechtseenheid en rechtsontwikkeling, en dat de ratio van de bezwaarschriftprocedure niet aan openbaarheid van deze uitspraak in de weg staat.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks de onjuiste openbaarheid van de behandeling en uitspraak van het bezwaarschrift.