Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Velsen-Noord, gemeente Velsen,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
27 september 2019.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de werknemer een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend bij de kantonrechter wegens een verstoorde arbeidsverhouding, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder Pro g van het Burgerlijk Wetboek. Na afwijzing door de kantonrechter en het gerechtshof heeft de werknemer cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de kantonrechter te Haarlem en het gerechtshof Amsterdam voor het gedingverloop in de feitelijke instanties. Het cassatiemiddel bevat klachten die volgens de Hoge Raad niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en veroordeelt de werknemer in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en laat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ongewijzigd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen en het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen.