ECLI:NL:HR:2019:1443

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 september 2019
Publicatiedatum
26 september 2019
Zaaknummer
18/03848
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 3 BWArt. 81 lid 1 ROArt. 290 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak heeft de werknemer een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend bij de kantonrechter wegens een verstoorde arbeidsverhouding, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder Pro g van het Burgerlijk Wetboek. Na afwijzing door de kantonrechter en het gerechtshof heeft de werknemer cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de kantonrechter te Haarlem en het gerechtshof Amsterdam voor het gedingverloop in de feitelijke instanties. Het cassatiemiddel bevat klachten die volgens de Hoge Raad niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en veroordeelt de werknemer in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en laat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ongewijzigd afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen en het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/03848
Datum27 september 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
tegen
TATA STEEL IJMUIDEN B.V.,
gevestigd te Velsen-Noord, gemeente Velsen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Tata Steel,
advocaat: mr. S.F. Sagel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 5952071/AO VERZ 17-58 van de kantonrechter te Haarlem van 31 augustus 2017;
b. de beschikking in de zaak 200.228.452/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 juni 2018.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. Tata Steel heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het verzoek tot cassatie.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Tata Steel begroot op € 6.659,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
27 september 2019.